[ Dierlijk ]

Op vrijdag 20 juni begint de dag anders dan normaal. Ik voel me dierlijker en een beetje bangig. Bang omdat Thom moet werken en dus weg moet van huis. Ik wil dat hij bij me blijft! Gek, want in mijn hele zwangerschap heb ik deze gevoelens niet gehad. Ik vond het allemaal prima, maar vandaag is anders.

Met een grote donderwolk boven mijn hoofd laat ik me ophalen door mijn moeder om met mijn zus en haar kindjes naar het park te gaan. Fijne afleiding is dat. Maar ik blijf me gek voelen en niet goed weten wat ik met mezelf aan moet. Inmiddels wordt de pijn in mijn onderrug steeds erger, maar ja, zolang ik twijfel of het een wee is zal het vast niet echt zo zijn. Mijn moeder zei altijd, je zult niet twijfelen of een wee een wee is, dat weet je direct. (Achteraf gezien ging deze voor mij toch echt niet op. Ik werd er juist onzeker van en vergat naar mijn eigen lijf en gevoel te luisteren). Wat een lange gekke dag.

Het is na zevenen en eindelijk komt Thom thuis. En op het moment dat ik hem zie voel ik zonder twijfel de weeën. Alsof ik nu pas contact maak met mezelf. We tellen samen de weeën. Ze zijn al best regelmatig. Denken we. Om nog wat afleiding te zoeken lopen we naar mijn zus en haar vriend die in het restaurant op de hoek zitten en we bestellen een drankje. Dat drankje krijg ik niet weg en ik wil weer gaan lopen. We wandelen naar huis en gaan in bed liggen. Want tja, stel je voor dat het toch geen echte weeën zijn, gaat het nog door mijn hoofd. Maar nee. Na twee weeën ga ik er meteen weer uit en probeer Thom niet wakker te maken. Terwijl ik van de keuken naar de woonkamer strompel en weer terug, zie ik de tijd verstrijken. Ik ga onder de douche staan. Warm, geborgen en even verder in mijn eigen wereld. Ik moet inmiddels echt de weeën wegzuchten en sta steeds met mijn armen tegen de muur en wieg met mijn heupen. Ik maak een selfie van mijn gezicht. God mag weten waarom. Wellicht omdat ik er achteraf om gegierd heb dat ik er als een valse wolf op sta. Dierlijk blijft toch echt het woord wat steeds maar weer terugkomt.

De weeën worden heftiger en heftiger. Het is 3 uur ’s nachts en ik zie dat mijn zus online is (halleluja voor de nachtvoeding die zij haar baby moet geven!). Ik app haar hoeveel tijd er tussen de weeën zit en ze beveelt me direct Thom wakker te maken en de verloskundige te bellen. Geen idee waarom ik dat zelf niet bedacht heb.

De verloskundige is al druk met bevallingen in het ziekenhuis, dus we moeten in de auto daarheen. Geen idee wat ons te wachten staat maken we in de auto weer een selfie. Ik ben vooral blij dat ik niet meer alleen wakker ben en dat ik het avontuur nu met Thom kan delen. In het bevalcentrum komt de verloskundige ‘even checken’ hoe ver ik ben. Ik ken alleen het beeld uit de film, dus spreid mijn benen en hoop op het verlossende antwoord van 10cm. Maar ho! Voordat ik die gedachte ook maar af kan maken schiet ik tegen het hoofdeinde van het bed. Dit doet PIJN! En ik ben nog niet eens echt begonnen. Ik roep naar haar: wat doe je?! Het lijkt wel alsof je op zoek bent naar je telefoon onderin een vuilniszak! Thom wordt nog witter dan ik op dat moment al ben. Na deze ‘touch-down’ van de verloskundige weet ik dat ik 4cm ontsluiting heb en breken meteen mijn vliezen. Om bij te komen van de schik en me schap te zetten voor wat er nog komt mag ik in bad. Thom zit naast het bad en kan me op deze manier precies helpen met het opvangen van de weeën zoals we bij de haptonoom hebben geleerd. Dit is heerlijk. Alles is minder zwaar en minder aanwezig en ik kan me heel goed ontspannen. De verloskundige werpt af en toe een blik in de badkamer. Thom helpt me te masseren en hij coacht me. Alles tintelt, ik lijk wel in een soort trance.

Maar deze trance wordt flink verstoord want de verloskundige geeft aan dat ik uit bad moet en het tijd is om te gaan persen. Excuse me?! Persen?! Voor mijn gevoel ben ik daar nog lang niet aan toe. Maar het moet. Het is tijd zegt ze. Van de cursus weet ik dat het een beetje is alsof je moet poepen, dus dat probeer ik. Gek voelt dat. Maar de verloskundige geeft aan dat ik het goed doe en door moet gaan. Een beetje onwennig voor mijn gevoel en onzeker probeer ik het, bij de volgende wee, weer. Ik had verwacht dat er veel meer kracht vanuit mijn lijf zou komen en echt ‘meegenomen’ zou worden. En niet zoals het nu voelt, zo gemaakt en gekunsteld. In het eerste stukje wee zit wel wat kracht, maar die 4 of 5 keer die ik extra erachteraan moet persen van haar moet ik echt uit mijn tenen halen. De periode tussen de weeën duren lang. Te lang naar mijn idee, maar de verloskundige geeft aan dat het allemaal goed gaat. Ik ben kapot, ik kan niet meer. Ik voel weer een wee aankomen, maar ik wil niet. Ik doe alsof ik slaap en het lukt me om niets te laten merken. Dat kúnnen geen persweeën zijn! Maar de hartslag van de baby is sterk en constant dus dat geeft me het zelfvertrouwen om door te gaan. Als zij zo sterk en stabiel is, dan poep ik nog wel even op ratio verder. En daarbij, volgens de verloskundigen moet het een klein baby’tje zijn.

Maar nu vindt toch ook de verloskundige dat het lang duurt. Ik moet op de baarkruk. Van de baarkruk naar de baarpaal in de badkamer. Alles om de zwaartekracht mee te laten werken. Maar het werkt niet. Ik mag terug in bed, nooit gedacht dat ik liggend toch de fijnste houding zou vinden. Ik ben inmiddels al bijna 2(!) uur aan het persen. Ineens zegt de verloskundige dat ik er bijna ben. Maar ik geloof er niks van en ben met mijn gedachtes al bij een keizersnede of andere ingrepen die gedaan moeten worden als het me niet gaat lukken. Ik voel elke millimeter die de baby verschuift en draait. Dat voelt wel bijzonder. Maar wat een klus. Het valt me tegen van mezelf. Had meer oerkracht van mijn lijf verwacht en meer coaching van de verloskundige. Gelukkig is Thom er. Hij blijft me maar coachen en helpt me steeds herinneren aan de dingen die we op de cursus geleerd hebben. Dat helpt zoveel! Ik zou echt niet weten wat ik nu zonder hem zou moeten. Hij is zo sterk. Alle energie in de kamer lijkt van hem te komen.

Het hoofdje staat… Pijnlijk en ik moet puffen, maar ben zo blij dat er eindelijk een teken is dat ons harde werken ergens toe leidt. Na dat hoofdje komt de rest vanzelf wel, lijkt me. Maar de baby ligt scheef met haar schoudertjes waardoor haar handje eruit komt en dit stuk daardoor nog groter is dan het hoofdje. Maar het lukt! En daar komt ze. Onze kleine schattige Billy, denk ik nog. Maar het blijkt Turbo Billy. Wat we tussen mijn benen omhoog zien komen lijkt eerder een kleuter dan een baby. Een joekel echt! Waar ik moederlijke tranen van verwondering had verwacht ben ik vooral even in shock van alles. Wat een heftige twee uur, wat een grote baby, wat een achtbaan. Maar ze is er! En ze is prachtig. Ze wordt op mijn borst gelegd en Thom komt naast ons liggen. We zijn voor het eerst echt met zijn drietjes op de wereld. Ze is zo lief en groot en sterk, ik ben zo trots dat ze dit zo goed heeft doorstaan.

De verloskundige onderbreekt het moment en zegt dat het tijd is voor de placenta. Op de volgende perswee moet je mee persen, is haar bevel. Maar ik hád al geen persweeën, waar moet ik het nu dan vandaan halen? De verloskundige duwt op mijn buik en trekt zacht aan de navelstreng. Ineens komt de placenta er met een behoorlijke vaart uit. Samen met een sloot bloed. Bloed dat zich niet door de lakens verspreidt, maar tegen mijn benen omhoog komt. Ik lig letterlijk in een plas bloed. Er is paniek. De verloskundige drukt op de noodknop en ik hoor Thom roepen. Een team van 6 artsen komt binnen en begint me van alle kanten te behandelen. Onderin gaan zetpillen, twee mensen trekken aan mijn polsen voor een infuus, de gynaecoloog duwt hard op mijn buik in een poging het bloeden te stoppen. En naast mij staat Thom. Met Billy in zijn armen toe te kijken. We zijn in paniek en in shock. Ik heb het koud en krijg extra dekens terwijl het team Thom instrueert dat hij mee moet lopen en mij wakker moet houden. Ik krijg dit alles maar in vlagen mee. Ik zak steeds weg.

Ik word de kamer binnen gereden en zie Thom en Billy. Thom ziet er verschrikkelijk verdrietig uit en ik grap ‘ik dacht wel dat je emotioneel zou zijn, maar zó erg…’. Hij valt huilend op mijn bed en zegt dat hij zo blij is dat hij me terug heeft. De verpleegster en Thom vertellen wat er gebeurd is. Ik heb nog teveel last van de narcose dus snap het niet allemaal. Maar langzaam begint het te dagen en komen de beelden van de paniek in de bevalkamer terug. Ik had een fluxus, 3 liter bloed verloren doordat de placenta niet goed los kwam en een enorme bloeding veroorzaakte. Het was kantje boord. Maar ze hebben me perfect opgelapt. Ik zie Billy, nog altijd even stoer en sterk. En groot. 4060 gram schoon aan de haak. En daar liggen we dan, met z’n drieën. En nu komt niemand er meer tussen.

 

 

Volgend geboorteverhaal: bij ons op de borst gelegd

Terug naar geboorteverhalen