[ Bij ons op de borst gelegd ]

De dag na de uitgerekende datum geef ik het op. ‘Je komt niet, dan niet, ik ga weer door met mijn leven,’ denk ik. Het voelt een beetje als een anticlimax, al weet ik dat de eerste vaak wat later komt. Mijn gemoedstoestand wordt er in ieder geval niet beter op, ik ben het zwanger zijn zat.

Maar dan, op dag 3 na de uitgerekende datum word ik om stipt 5:00 uur in de ochtend wakker van een ‘plop’ in mijn buik. En de eerste wee. Ik heb tot dan toe geen oefenweeën gehad, dus heb geen idee of ik dit serieus moet nemen. Maar slapen lukt in ieder geval niet meer. De wekker van Sven gaat normaal gesproken ook rond dit tijdstip, hij begint om 7:00 ’s ochtends met werken en moet nog een stuk rijden. Omdat ik niet zeker weet of dit het is, besluiten we dat hij gewoon gaat werken en ik hem op de hoogte houd. Ik neem plaats op de bevalbal aan het voeteneinde van het verhoogde bed en concentreer me op Netflix. Het eerste uur heb ik drie weeën. Het tweede uur een stuk of zes en ze worden steeds duidelijker. Ik kan m’n Netflix-serie niet meer volgen als er weer een wee komt, dus loop ik elke wee een rondje door het huis en neem weer plaats op de bal als het voorbij is.

Om 7:00 uur besluit ik toch maar eens te gaan timen. Nu komen ze elke zes minuten en duren ze ongeveer een minuut. Het begint ook wel echt pijn te doen. Shit, ik weet niet zeker of dit nou serieus is of dat ik nog geduld moet hebben. Op mijn telefoon heb ik een lijstje gemaakt met dingen die ik kan doen om de ontsluitingsfase zo lang mogelijk te ontkennen. Maar een appeltaart bakken gaat nu echt niet meer lukken, ik loop tijdens de wee krom van de kramp in m’n onderbuik.

Rond 8:30 laat ik Sven weten dat ik voel dat het wel echt gaat gebeuren vandaag, maar dat ik nog niet weet hoe lang het gaat duren. Blijf nog maar even daar, ik bel om 9:00 uur de verloskundige. Tijdens het telefoontje met de verloskundige moet ik een paar keer pauze nemen om een wee weg te lopen, ze begrijpt dat het menens is en komt er gelijk aan. De weeën nemen in kracht toe, ik weet eigenlijk al niet meer waar ik het zoeken moet. Als ze er na een kwartier is en constateert dat ik drie centimeter ontsluiting heb, analyseert ze de opbouw van mijn weeën. Ik bel ondertussen Sven en zijn moeder die uit Brabant moet komen. Zij zal ook bij de bevalling zijn en ons in de kraamweek helpen. Ik heb een goede band met haar, vertrouw haar en ze is jaren kraamverzorgster geweest waardoor ze eventueel de regie over kan nemen als mij dat niet meer lukt. Ook zal ze de verloskundige ondersteunen bij de thuisbevalling die ik graag wil.

De weeën worden nog sterker en ik blijf rondjes lopen door de woonkamer. Om 10:00 uur vraag ik aan de verloskundige of ze alsjeblieft niet meer weg kan gaan, ik kan dit niet zonder haar. Zij heeft ondertussen gezien hoe snel het gaat en blijft rustig aan tafel zitten. Sven is inmiddels thuis en vraag, – of eigenlijk sommeer – ik om in de stoel in de hoek te gaan zitten en iets voor zichzelf te gaan doen. We hebben van alles geleerd in de cursus en tijdens haptonomie, maar ik heb geen behoefte aan hulp, hoe moeilijk hij het ook vindt om niets te doen. Ik heb rust nodig om elke keer die sterker wordende weeën op te vangen. Rond 10:30 heb ik zes centimeter ontsluiting en bedenk ik me ineens dat ik in mijn bevalplan heb gezet dat ik graag in bad wilde tijdens deze fase. De verloskundige plaatst mij in ons bad, op handen en knieën want zitten gaat niet meer, en legt Sven uit hoe hij met de douchekop het water over mijn rug kan laten stromen. Verder krijg ik de instructie om te roepen als ik het gevoel krijg dat ik moet poepen. Het warme water helpt een beetje, en ik kreun de laatste paar centimeter weg. Op dat moment besef ik het niet zo, maar ik vind het heel mooi dat we een groot deel van de bevalling samen in een schemerige badkamer hebben gezeten en Sven me heeft kunnen helpen. Zo is hij toch een belangrijk onderdeel en doen we het samen.

Rond 12:00 uur voel ik ineens een heel ander soort wee en een enorme drang om te poepen. Dit schreeuw ik door het huis en de verloskundige plaatst mij op het bed om te voelen. Ze schat 9,5 centimeter, dus krijg ik de opdracht de persweeën weg te puffen. Ook leegt ze mijn blaas voor de zekerheid met een katheter. Ik hang aan de nek van Sven terwijl de verloskundige zich bekommert om het feit dat er nog geen kraamzorg is om haar te helpen bij de bevalling. Mijn schoonmoeder is haastig onderweg maar we weten niet of ze er op tijd zal zijn. Dan maar de Amsterdamse kraamverzorgster bellen, met spoed. Ondertussen houd ik het niet meer, het is 12:30 geweest en ik MOET persen. De verloskundige plaatst mij op de baarkruk - ook uit het bevalplan - en legt me heel duidelijk uit dat als zij zegt dat ik op handen en knieën op het bed moet gaan zitten, er geen ruimte is voor discussie. Ze maakt zich op om de bevalling in haar eentje te doen en wil mij dan zo gunstig mogelijk neerzetten. Sven is achter mij op een stoel gaan zitten met een groot kussen tegen zijn borst, waar ik met mijn rug tegenaan leun. Hij mag alleen zijn handen op mijn bovenbenen zetten, verder vooral niet bewegen.

Op dat moment gaat godzijdank de bel, de Amsterdamse kraamverzorgster is er. Miriam heet ze, ik zal haar nooit vergeten. Na zo’n tien minuten komt ook mijn schoonmoeder binnen. De persweeën doen gelukkig een stuk minder pijn dan de ontsluitingsweeën, het is meer het gevoel van een baby die eruit komt dat pijn doet. Ik vind het ook hard werken, je moet veel kracht zetten, maar ik moet erdoorheen voor mijn baby. De verloskundige drukt met haar vinger op de plek waar ik heen moet persen. En na een uur persen, om kwart voor 2, floept er een heel lief klein glibberig baby’tje uit me, de verloskundige drukt hem gelijk tegen mijn borst. Of eigenlijk tegen onze borst, zoals Sven die nog steeds achter mij zit, het voelde.

We hebben een kind, ons kind, ik kan het gewoon niet geloven en blijf maar herhalen hoe bizar ik het allemaal vind en hoe blij ik ben dat ik niet meer zwanger ben. Sven en ik gaan op bed liggen met onze zoon, onder strikte begeleiding van zijn moeder knipt hij de navelstreng door en vervolgens wordt onze baby bij mij aangelegd. De placenta schiet niet echt op, dus ik krijg twee keer een shot oxytocine in m’n been. En nog maar een keer een katheter om mijn blaas te legen. Het was mijn grootste angst om met spoed naar het ziekenhuis te moeten omdat de placenta niet los laat, maar op dat moment ben ik alles vergeten. Nadat er dertig minuten voorbij zijn en er nog geen teken is van de placenta, vraagt de verloskundige mij te gaan salsadansen naast het bed. Uiteindelijk komt de placenta er in hurkzit uit, gelukkig.

De verloskundige checkt de schade bij mij en de kraamzorg ruimt de boel om het bed heen op. Wij zitten als een heel verliefd nieuw gezin trots op bed. Ik ben zo opgelucht dat de bevalling voorbij is, ik ben zo blij met mijn mooie lieve baby en ik heb zó’n honger.

 

Volgende geboorteverhaal: Rijkdom

Terug naar geboorteverhalen